De tweede dag van ons verblijf in Lissabon pakken we de tram naar Belém, een wijk, of eigenlijk een voorstad van Lissabon.

We stappen op tram 15, een ervaring op zich: hoe vol kun je een tram stoppen? Ik ben even onzeker of Kees wel in weet te stappen voordat de deuren dicht gaan, maar dat lukt nog net. Het kan echter nog voller, de volgende haltes komen er steeds mensen bij. Ik ben dan ook blij wanneer we aan de rand van Belém uitstappen om verder te gaan lopen. Eerst maar een terrasje voor een cappuccino en een heerlijk amandelbroodje erbij, voordat we richting bezienswaardigheden gaan lopen.

De eerste bezienswaardigheid die we tegenkomen wanneer we over de boulevard lopen is Padrão dos Descobrimentos, een in 1960 gebouwd monument waar alle belangrijke Portugese zeevaarders als beeld te zien zijn. Je kunt hier met een lift naar boven om het uitzicht te bewonderen, maar dat kan op zoveel plekken in en rond Lissabon, dat we besluiten om vandaag in Belém beneden te blijven.

We lopen verder en komen bij de Torre do Belém. 
Dit is het oudste bouwwerk in Belém en stamt uit 1515. Het is een prachtig, eeuwenoud fort vanwaar vroeger vele ontdekkingsreizen begonnen.

De derde plek in Belém is natuurlijk Mosteiro dos Jerónimos. Helaas is er iets mis met het fototoestel en moeten we verder met de telefoons. We bewonderen dit eeuwenoude klooster, dat sinds 1983 tot het Unesco Werelderfgoed behoort, dan ook weer alleen aan de buitenkant.

We lopen terug naar de rand van Belém en nemen daar de trein naar Cascais. De dag is tenslotte nog niet om, maar even in de trein zitten is een goede manier om de vermoeidheid de baas te kunnen blijven. Cascais is een leuke, toeristische badplaats met een stukje zandstrand, ten westen van Lissabon.

Categorieën: Stedentrips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.